Welkom in Huizen, de gemeente waar we de ‘Menselijke Maat’ zo hoog in het vaandel hebben staan dat we er soms niet meer bij kunnen zonder hoogwerker. Vandaag duiken we in de wondere wereld van de Gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers (GPK-P). Een wereld waarin een 75-jarige inwoner die nog geen vijftig meter kan lopen, te horen krijgt dat hij eigenlijk een soort topsporter is. Een topsporter in de discipline: Wachten op de Stoeprand.
Het verhaal is simpel, bijna saai in zijn onrechtvaardigheid. Meneer is 75, heeft een progressieve aandoening (dat is ambtenarentaal voor ‘het wordt helaas elke dag een beetje erger’) en zijn actieradius is kleiner dan de gemiddelde achtertuin in het Spiegel. Volgens de wet is de grens 100 meter. Meneer haalt de 50 niet eens. Kat in het bakkie, zou je denken.
De Magische 15 Minuten Maar dan komt Argonaut om de hoek kijken, de externe adviseur die blijkbaar over magische gaven beschikt. Zonder meneer aan te raken of zijn arts te bellen, luidt het oordeel: u kunt 10 tot 15 minuten ‘zelfstandig wachten’.
Ziet u het voor u? Het regent pijpenstelen bij de Jumbo. De bestuurder zet meneer af bij de ingang en gaat vervolgens drie straten verderop een parkeerplek zoeken, want ja, de wereld is vol. Daar staat onze 75-jarige protagonist dan. Wankel op de benen, progressief aan het achteruitgaan, maar volgens de gemeente Huizen is dit een uitstekend moment voor een kwartiertje mindfulness in de tocht. “Gewoon even de innerlijke rust vinden tussen de winkelwagentjes en de gure wind, meneer. Dat u bijna omvalt van de instabiliteit, zien wij als een gratis balanstraining.”
Europese regels of een lokaal rookgordijn? De wethouder gooit het ondertussen over de ‘Europese boeg’. “Sorry hoor,” klinkt het vanuit het gemeentehuis, “het is Europese regelgeving, daar doen we in Huizen niet aan maatwerk.” Het is een prachtig staaltje politiek judo: de schuld geven aan Brussel zodat je in Huizen je handen in onschuld kunt wassen.
Dat diezelfde regels in andere gemeenten wél met een greintje gezond verstand worden toegepast, vergeten we voor het gemak even. In Huizen volgen we de externe adviseur namelijk blindelings. Als de adviseur zegt dat een vis kan vliegen, dan gaat het college waarschijnlijk vogelvoer strooien in het Gooimeer.
De ‘Ammehoela-factor’ Ondertussen zien we bij de Jumbo de ‘Ammehoela-kaarten’ in actie. Jonge, vitale mensen die met een gehandicaptenkaart — verkregen via een creatief ingevuld formulier of een vage neef — fluitend uitstappen op de breedste parkeervakken. Wie eerlijk is over zijn progressieve ziekte, wordt gestraft met een cursus ‘stoeprand-stretchen’. Wie de boel aandikt, parkeert voor de deur. Het is de omgekeerde wereld: we belonen de brutaliteit en bureaucratiseren de kwetsbaarheid.
Wachten op de afgrond Het meest wrange is het gebrek aan preventie. De gemeente zegt eigenlijk: “Meneer, we zien dat u langzaam achteruitgaat. Dat vinden we heel vervelend. Komt u vooral terug als u écht helemaal niks meer kunt, in paniek raakt of begint weg te lopen. Pas als het menselijk lijden compleet is, hebben wij een sticker voor u.”
In Huizen wachten we blijkbaar liever tot iemand letterlijk en figuurlijk vastloopt, voordat we de ‘menselijke maat’ uit de kast trekken. Tot die tijd wensen we meneer veel succes met zijn 15 minuten mediteren bij de ingang. Vergeet uw regenpak niet, want de bureaucratie in Huizen is ijskoud.